Botulisme :Benadering – staalnameprotocol – risicochecklist
Wat is Botulisme?
Wat zijn de symptomen?
Wat is de behandeling?
Diagnose?
Hoe benader ik het probleem wanneer er een vermoeden is?
Hoe ga ik – op een economisch-wetenschappelijk verantwoorde manier - over tot staalname?
Wat zegt de wetgeving?
Wat kan ik doen ter preventie?
Wat is Botulisme?
Botulisme is een ziekte die veroorzaakt wordt door het botuline-toxine, een gifstof afkomstig van de verschillende biotypes van de bacterie Clostridium botulinum. Tot enkele jaren geleden was Botulisme te beschouwen als een zeldzame aandoening bij onze runderen maar sedert 2003 is er een significante stijging van de melding van het aantal verdachte gevallen op onze Vlaamse bedrijven. Vooral toxines afkomstig van type C en D zijn belangrijk bij rundvee en zijn vooral gerelateerd aan contaminatie via kadavers.
Wat zijn de symptomen?
Dieren die vergiftigd zijn vertonen een progressieve verlamming, beginnende aan de achterhand die, samen met algemene verzwakking en dehydratatie tot de dood leidt. Dieren kunnen nog ziek worden tot 3 weken na wegname van de besmettingsbron.
Wat is de behandeling?
Er is geen effectieve behandeling voorhanden en antiserum noch vaccin zijn in België beschikbaar. Behandeling van zieke dieren kan enkel symptomatisch (vochttherapie, dwangvoeding enz.) en alle aandacht moet uitgaan naar een gestructureerde preventieve aanpak via een correcte analyse van de risicofactoren.
Diagnose?
Deze is voornamelijk gebaseerd op de symptomen en de resultaten van de risicoanalyse. Aantonen van het toxine in dierstalen of voederstalen is conclusief maar niet gemakkelijk. Een negatief labo-resultaat sluit nog geen botulisme uit! Het aantonen van de bacterie kan richtinggevend zijn, doch is niet als conclusief te beschouwen.
Hoe benader ik het probleem wanneer er vermoeden is?
-
Tijdens de stalperiode:
· plaats de dieren die samen met het verdachte dier gehuisvest zijn, in een andere box;
· ruim de box met het verdachte dier volledig uit en laat de inhoud ophalen voor vernietiging;
· wijzig het volledige rantsoen, tenzij men met zekerheid de besmettingsbron kent en men enkel dit bestanddeel van het rantsoen hoeft weg te laten;
· vervang putwater door leidingwater als drinkwater en dit tot de besmettingsbron bevestigd is.
-
Tijdens het weideseizoen:
· verplaats de dieren naar een andere weide;
· verander het bijgevoederd rantsoen.
Hoe ga ik - op een economisch-wetenschappelijk verantwoorde manier - over tot staalname?
De meest gebruikte methode is de muis-toxiciteitstest voor toxinebepaling (en bacterie-isolatie).
1. Bij de aangetaste dieren:
· ideale stalen: van de eerste, snel gestorven dieren in een uitbraak omwille van de hoge dosis-opname;
· beste staal: lever;
· mogelijke andere stalen: pensinhoud en mest;
· serologie (aantonen van antistoffen) bij nog levende dieren is zelden positief, zeker in de acute fase; dit kan enkel nuttig zijn bij chronische gevallen (>18 dagen);
· dikwijls moeten er meerdere stalen opgestuurd worden vooraleer er één positief is.
Om de kans op een bevestigende diagnose te verhogen is het belangrijk om zo snel mogelijk een autopsie te laten uitvoeren van alle acuut gestorven dieren en hiervan leverstalen op te sturen.
2. In het voeder:
· als de mogelijke besmettingsbron niet gekend is er een erg kleine kans op een positief resultaat; bovendien loopt de kostprijs van de analyses dan ook sterk op;
· als de besmettingsbron in het voeder gekend is (bvb een gevonden karkas): dan is de diagnose gemakkelijker te bevestigen.
Om de kans op een bevestigende diagnose in het voeder te verhogen is het bewust verzamelen van verdachte stalen van het voeder de meest verantwoorde methode.
Wat zegt de wetgeving?
· Botulisme is aangifteplichtig sedert 1970.
· Er is een verbod op voederen van verdacht voer of verspreiden van dit voer op het land.
· Er is een verbod(tenzij na een UHT-sterilisatie) op melklevering tot 17 dagen na aanvang van de symptomen bij het laatste aangetaste dier.
· Er is een verbod op gebruik van gedroogd pluimveemest als bedding- strooisel.
Wat kan ik doen ter preventie op mijn bedrijf?
-
In geval van aanwezigheid van pluimvee en/of pluimveemest:
-
bewaar pluimveemest in een afgesloten silo (beton);
-
dek de mestsilo direct af na vulling;
-
vermijd de toegang voor dieren;
-
kies een locatie zo ver mogelijk van de rundveebehuizing;
-
gebruik een apart machinepark voor pluimveemest en veevoeders;
-
ploeg onmiddellijk omliggende stroken grond rond de mestsilo in;
-
verwijder onmiddellijk pluimveekarkassen van het bedrijf;
-
voer geen pluimveemest van buiten het bedrijf aan;
-
voer geen pluimveemest uit op weides voor binnenkorte begrazing of grassilage;
-
ploeg onmiddellijk diep in indien er toch bemest werd met pluimveemest;
-
gebruik zeker geen pluimveemest dat nog resten van pluimveekadavers bevat.
-
collecteer afvalwater afkomstig van het uitspuiten van pluimveestallen in tanks, zonder overvloei naar kuilen, weide- of akkerlanden.
-
In alle andere gevallen:
-
Verdenking van botulisme bij melkvee: voedselveiligheidsaspecten en maatregelen
Artikel Filières Avicoles juni 2009: Botulisme bij pluimvee